Leven met een polydactyle Maine Coon als huisdier
door Katie de Haan
Geplaatst in 3/99

Is je huis wel ‘poly’bestendig?

Deze gewetensvraag werd mij door iemand in Amerika gesteld toen ze hoorde dat we een polydactyle Maine Coon in huis zouden halen. Het antwoord moest ik schuldig blijven. ‘Polybestendig’ – wat moest ik me daarbij voorstellen? Voor kittens moet je zonder meer veiligheidsmaatregelen treffen: stroom draden afschermen, de wc dicht houden, giftige planten verwijderen, breekbare voorwerpen buiten bereik zetten enz. Was er voor een kitten met een paar ténen meer soms speciale voorzorg nodig?

Blijkbaar wel. ‘Buiten bereik’ is een relatief begrip. De Amerikaanse vertelde dat haar eerste poly Maine Coon met 13 weken al hoger sprong dan haar volwassen katten! De extra bijklauwtjes van een polydactyl hangen er niet zomaar bij, maar zijn functioneel onderdeel van een stevig beenderenstelsel dat de kat soms in staat stelt om nog hogere sprongen te maken dan met een ‘basisuitrusting’. Bovendien zijn poly’s met hun ‘duimen’ vaak superhandig in het openen van deuren en dozen. Met andere woorden: er moest nog wat geregeld worden voor we met een gerust hart ons kitten konden ophalen.

Waar begonnen we aan? Dit heb ik me afgevraagd, maar geen moment getwijfeld of hij moest komen. Voor mij hoort polydactylie bij de Maine Coon en de dieren die ik gezien heb versterken mijn indruk dat het fijne en gezonde katten zijn. Naar verluidt waren vroeger tot 40% van de Maine Coons aan de oostkust van de Verenigde Staten polydactyl. Op de boerderij ontstond er een natuurlijke selectie waarin de sterksten overleefden en de prachtige ‘coon cats’ die hun prooi met hun poten als kleine ‘bokshandschoenen’ wisten te vangen zijn nu nog legendarisch. Pas sinds de show standaard het tenenaantal aan banden heeft gelegd, zijn poly’s minder vanzelfsprekend in beeld. Ik heb ze al langer een warm hart toegedragen, en daarom was ik blij met de kans om deze Maine Coon kitten te mogen grootbrengen.

Hij komt uit Denemarken, één van de gebieden waar op beperkte schaal poly Maine Coons in fokprogramma’s zijn opgenomen, niet zozeer om de extra tenen; eerder om het sterk ontwikkelde beenderenstelsel en het fijne temperament waar deze katten om bekend staan.

Ik was wel op zoek naar een derde kat maar had geen haast: na de zomer was vroeg genoeg. In januari echter las ik op een internet Maine Coon ‘lijst’ de geboorteaankondiging van een nestje in Kopenhagen. Dergelijke berichten zijn regelmatig te lezen, maar dit bericht trok mijn aandacht, en niet alleen omdat er polydactyl kittens in het nestje waren. Heel parmantig stonden ze op de foto, twee dagen oud, mooie profielen, en één in het bijzonder leek heel uitdagend rechtstreeks in de camera te kijken. Ik feliciteerde de fokker met haar kroost en zei dat, wanneer ze haar oor te luisteren zou leggen bij dat guitige zwart gemarmerde kereltje met wit, ze hem zou horen zeggen dat hij ‘later-als-ie-een-grote-stoere kater-was’ bij ons in Nederland wilde komen wonen! Mijn opmerking was in eerste instantie speels bedoeld, maar van het één kwam het ander – en eind mei zijn we hem gaan ophalen.

Ondertussen heb ik via e-mail zeer uitvoerig met de fokker gecorrespondeerd, en vele foto’s van ons nieuw maatje mogen bewonderen. Zijn stamboom kende ik tot op foundation haast uit m’n hoofd; zijn streken en zijn opvallend snoetje waren ons al heel vertrouwd. Hoewel ik het katertje nog nooit in handen had gehad, voelde het of we hem even goed kenden alsof hem we iedere week bij de fokker hadden opgezocht. En zodra we in Denemarken voet over de drempel zetten, wist hij dat we voor hém gekomen waren. We hebben ook kennis gemaakt met zijn familie, waaronder zijn vader GIC Cozy Farm Mefisto, een imponerende zwarte kater die zelf niet meer tenen heeft dan het standaard aantal voor een Maine Coon, maar wél een extra teengewrichtje. Het nestje met onze Murphy was één van de allerlaatsten die Mefisto heeft gevaderd voor hij als dekkater ‘met pensioen’ ging.

Daar ik niet van plan ben om te gaan fokken of zelfs showen met mijn Maine Coons, hoefde ik me minder bezig te houden met de vraag of het op de lange termijn een wijze stap was om een polydactyl te kiezen. Het enige bijzondere ‘onderhoud’ dat een polydactyl vergt is het knippen van de teennagels, maar dat doen we bij de andere katten ook. Zelf beschouw ik polydactylie niet als dubieuze afwijking, maar als genetische variant in het Maine Coon erfgoed en ik zou het jammer vinden wanneer deze verloren zou gaan. De mensen die ik in Amerika en Europa met deze katten zie werken, doen dat op verantwoorde en liefdevolle wijze, en daarom hadden wij er alle vertrouwen in dat het hier om een prachtige kater ging. Dat hij nooit een show zou winnen was voor ons onbelangrijk: we konden hem een goed tehuis geven en simpelweg genieten van elkaar.

De lange autoreis liet Murphy ontspannen over zich heen komen. Samen met z’n zelfbewuste, zwart gemarmerd zusje Polly, dat ook hier in Nederland is komen wonen, lag hij rustig onderweg te slapen. Zo nu en dan stak hij een wit voetje door de spijlen van de carrier, en we merkten al snel dat hij het fijn vindt om z’n pootje in je hand te leggen, heel zachtjes, z’n duim om je vinger heen, luid knorrend en tevreden….

Eenmaal hier was hij snel thuis: een lief, spontaan katertje dat de wereld open tegemoet treedt en overal op afgaat. Die argeloosheid werd niet altijd door de andere katten gewaardeerd, en zo liep hij met z’n ontdeugend snoetje wel eens een blauwtje. Lorelei vond hem een beetje overweldigend met die enorme pootjes – en Kasjmir meende gewoon dat ie meer respect moest tonen. Arme Murphy: hij wilde alleen maar spelen. Er is hier genoeg te beleven, maar van de streken die een polybestendig huis nodig maken, heb ik nog weinig gezien. Van andere poly eigenaren kende ik de verhalen van katten die je vanaf het douche gordijn begluren, die zich koningin van de biljarttafel wanen, of die vissen uit de vijver halen. En van zijn opa, Mt Kittery Socko P, weet ik dat die zo graag televisie kijkt dat hij wel eens aan de video rammelt als de tv uit staat!

Maar Murphy is nog niet zover: hij moet zich nog ontwikkelen. Het onbezonnen joch is een uit de kluiten gewassen kitten van een halfjaar, nog altijd bezig z’n omgeving te verkennen. Ach, hij hangt wel vaker, en vooral hoger, in het hek dan de andere twee, maar verder is het gewoon een lieve, speelse en spraakzame Maine Coon, waar weinig op aan te merken is. Hoewel: hij is de enige die mijn bril in één haal van m’n neus kan plukken! En voetballen kan ie als de beste: de anderen gaan aan de kant wanneer hij als een wervelwind voorbij komt dribbelen! Wie weet, heeft ie toch nog het één en ander voor ons in petto.

Voorlopig houdt hij het op het vangen van alles wat zijn neus voorbijvliegt. Een vlindermotje, een snoepje, alles wordt bij toverslag uit de lucht gegrepen, soms zelfs tot z’n eigen verbazing! Die vaardigheid zal hij ongetwijfeld nog ontwikkelen. Verder brengt hij heel wat uurtjes door met het verzorgen van zijn vacht en met het manicuren van die witte wantjes: een mooi gezicht dat alleen nog bijdraagt aan ons plezier met dit huisdier.

Ik merk echter dat polydactyle Maine Coons weinig bekendheid genieten, en velen hebben er nog nooit één in levende lijve gezien. Daarom alleen al zou het aardig zijn wanneer hij mee kon naar een show, om te laten zien dat er niets op aan te merken is: het is gewoon een mooie Maine Coon met een markante kop. Tijdens de medische controle toen Murphy in Nederland aankwam, vertelde onze dierenarts dat een dergelijk verschijnsel als een extra bijklauw bij een werkhond vaak uit voorzorg zou zijn verwijderd, en – zoals menig andere – begreep hij niet meteen dat wij geen probleem hadden met de boventallige tenen.

Maar die extra tenen van Murphy zitten hem helemaal niet in de weg: integendeel. En ik ben ervan overtuigd dat hij ze steeds meer en handiger zal gaan gebruiken, naarmate hij zich ontwikkelt tot een volwassen kat: een mooie Maine Coon, zoals die waar we allemaal van houden.

Naar boven

Sluit venster