[Vertaald door Karin Sandbergen.]  gekopieerd van de PawPed’s site

Door Sheila L Curtis, Indys, & Lucinda King BA (eerste graad),  17 januari 2007.
(Herdrukt met toestemming)

Katten hebben gewoonlijk 18 tenen, 5 aan elk van de voorpoten en 4 aan elk van de achterpoten. Polydactyle katten (ook wel hyperdactyl genoemd) hebben extra tenen aan hun poten. Bij polydactylie zijn er meer dan het normale aantal tenen. Het komt van het Griekse “poly” dat “veel” en “dactylo” dat “vinger of teen” betekent. Verhalen over polydactylie voeren terug tot de verslagen van Darwin, dus lijkt het niet iets bijzonders te zijn. Volgens dierenarts Arnold Plotnick was de eerste wetenschappelijke vastlegging van polydactylie in 1868.  Darwin spreekt er echter al in 1850 over “Ik heb horen spreken over verschillende groepen katten met zes tenen, waarvan in één groep deze eigenaardigheid minstens drie generaties lang is doorgegeven.”  Polydactylie komt voor bij verschillende diersoorten: mensen, katten, honden, cavia’s, vogels etc. Het is belangrijk te weten dat elke soort zijn eigen unieke kenmerken en verschillende manieren van vererving heeft. Polydactylie bij katten lijkt het meest op wat bij vogels is waargenomen, met uitzondering van het spiegelen dat bij deze laatste soort is geconstateerd. (Danforth 1947) “De polydactyle eigenschap ontstond waarschijnlijk als een spontane mutatie, en een polydactyl kitten dat wordt geboren uit twee ouders met het normale aantal tenen, kan een nieuwe mutatie betekenen“.

Er zijn twee rassen in het bijzonder die aanspraak kunnen maken op een geschiedkundige verwijzing naar polydactylisme: De Pixie Bob, die voortkomt uit een polydactyle kat, en de Maine Coon. Er zijn geruchten dat deze eigenschap ooit bij 40% van het ras voorkwam, maar er zijn geen specifieke gegevens om deze cijfers te bevestigen. Verhalen over polydactylie bij Maine Coons zijn al sinds 1876 vastgelegd, toen een lid van de MCBFA (Maine Coon Breeders and Fanciers Association – Vereniging van Fokkers en Liefhebbers van de Maine Coon) een schilderij ontdekte waarop deze eigenschap werd afgebeeld.  De afgelopen jaren lijkt het aantal fokkers dat op deze polydactyle eigenschap fokt te zijn toegenomen en MCPI (Maine Coon Polydactyl International), een internationale organisatie, is opgericht om deze eigenschap bij de Maine Coon te bevorderen en te beschermen.

Door embryologen wordt verwezen naar twee vormen van polydactylie, nl. pre-axiaal en postaxiaal. Om onderscheid te maken tussen deze twee vormen, moet men zich voor ogen houden dat pre-axiaal aan de binnenkant van de poot is, (bij de mens, duimzijde) en postaxiaal aan de buitenkant (pinkzijde bij de mens). De postaxiale vorm is zeldzaam en het is onwaarschijnlijk dat extra tenen of vingers die postaxiaal zitten, volledig zijn ontwikkeld, terwijl degene die pre-axiaal zitten dat altijd wel zijn. Als opgemerkt in Robinson’s  wordt het polydactyle gen aangeduid met Pd. Sis & Getty (1968)  vermelden dat het kenmerk wordt vererfd als een enkelvoudige autosomaal dominante eigenschap, waarvan het waarschijnlijke effect is enige verandering in het pre-axiale (d.w.z. middelste) gedeelte van de arm of het been te veroorzaken, waardoor een buitensporige groei in dat gebied plaats vindt. Jezyk zegt verder dat “Er geen duidelijk klinisch belang is bij deze aandoeningen, anders dan een verhoogde neiging tot letsel met verwonding van de gedeeltelijke  tenen“. Echter, “Polydactylie is ook een kenmerk van verschillende, veel ernstiger syndromen“. (PF Jezyk]) Omdat polydactylie soms gepaard gaat met andere ongewenste genen en kwalen, ontstaat er enige verwarring. Sommige auteurs hebben het bijvoorbeeld over meer dan één vorm van het Pd gen en vermelden hierbij andere dysostoses zoals Syndactylie, een aandoening die wordt veroorzaakt door een gen, bekend als Sp, dat een gespleten voet veroorzaakt. Er zijn andere vormen van polydactylie die worden veroorzaakt door milieuomstandigheden (o.a. vervuiling) of zeldzame genetische kwalen zoals Ellis-van Creveld syndroom. Deze gaan gewoonlijk gepaard met andere symptomen, maar dit is een heel ander onderwerp en heeft niets te maken met het Pd gen.

Volgens geneticus en TICA (The International Cat Association) Genetisch Comité Voorzitter Dr. Solveig Pflueger “hebben de meeste polydactyle kittens een vorm van pre-axiale polydactylie met de extra tenen aan de duimzijde van de poot… ” Het Pd gen heeft een volkomen onschadelijke vorm van polydactylie tot gevolg.

Klinisch Onderzoek

Eén van de problemen met het onderzoek naar polydactylie bij katten is dat er een groot gebrek aan wetenschappelijke literatuur is en dat veel van wat geschreven is onvoldoende is onderzocht en daarom niet onderbouwd. Er zijn erg weinig wetenschappelijke onderzoeken naar polydactylisme en die er zijn, zijn lang geleden uitgevoerd. Zij zijn het echter waard om opnieuw besproken te worden, maar men moet in gedachten houden dat, voor zover bekend, de onderzochte katten kort- en langharige huis-tuin-en-keuken-katten waren en geen raskatten. De auteurs konden slechts drie wetenschappelijke onderzoeken naar polydactylie bij katten achterhalen: Heredity of Polydactylism (Vererving van Polydactylisme) door C.H. Danforth (1947)  Morphology of the Feet in Polydactyl Cats (Morfologie van de poten bij Polydactyle Katten) door C.H. Danforth (1947)  en The Anatomy of Polydactylism in cats with Observations on Genetic Control (De Anatomie van Polydactylie bij katten met Waarnemingen over Genetische Beheersing) door Chapman en Zeiner (1961)  Om het gemakkelijk leesbaar te houden, zal Danforth’s Heredity of Polydactylism met Danforth 1 worden aangeduid en Danforth’s Morphology of the Feet in Polydactyl Cats met Danforth 2. In zijn onderzoek omschrijft Danforth ‘normaal’ als: “toestanden die worden aangetroffen in de grote meerderheid van normale katten.

Met uitzondering van één kat, die op verschillende tijdstippen 2 kittens met een liesbreuk en één met een vorm van ataxie kreeg, werden er verder geen afwijkingen waargenomen in de paringscombinaties van enig geëvalueerd wetenschappelijk onderzoek dan ook. Als men het gehalte aan inteelt in ogenschouw neemt, mag dit opmerkelijk worden genoemd.

Verder diepgaand genetisch onderzoek en uitleg zijn noodzakelijk om de uiting van het Pd gen volledig te begrijpen. Dr. Lyons aan de Davis Universiteit van Californië verzoekt thans om DNA monsters van polydactyle Maine Coons teneinde te trachten de aanwezigheid van het Pd gen te achterhalen. In de meeste gevallen is het duidelijk zichtbaar als een kat dit Pd gen heeft. Verdere wetenschappelijke informatie kan er echter toe bijdragen dat er een beter begrip ontstaat.

Erfelijkheid

Bij de muis is ontdekt dat polydactylie wordt veroorzaakt door een mutatie van het Gli3 gen en men denkt dat er een verband bestaat tussen dit gen en pre-axiale polydactylie. De mutatie onderdrukt het Shh gen (of Sonic Hedgehog). Of dit ook geldt voor katten moet nog worden bepaald.

Bij mensen is recessieve polydactylie mogelijk, Danforth en Chapman sluiten deze mogelijkheid bij de kat echter uit en bewijzen in hun onderzoek dat de vorm van polydactylie bij katten een enkelvoudig incompleet dominant gen is, dat zich op verschillende manieren openbaart.


 Gemiddelde nestgrootte bij Danforth.

Bij zijn eerste onderzoek keek Danforth naar de vererving van polydactylie en gebruikte getoetste en ongetoetste gegevens van een kater en poes die hij had gevonden en die 135 kilometer uit elkaar woonden. Bovendien gebruikte hij gegevens van katten van vrienden. Alles bij elkaar fokte Danforth 234 kittens in 55 nesten, met een gemiddelde van 4.24 per nest, waarbij paringen plaatsvonden tussen twee poly’s, poly met niet-poly, en niet-poly met niet-poly. Het hoogste percentage (28%) was 6, 6, 5, 5, (d.w.z. 6 tenen aan elk van de voorpoten en 5 tenen aan elk van de achterpoten) hoewel we niet weten uit welke combinaties deze vormen voortkwamen. Hij bepaalde na de geboorte maar van 100 kittens het geslacht, van deze waren er 52 mannelijk en 48 vrouwelijk. Helaas verzuimde hij van de andere 134 kittens het geslacht te bepalen. Danforth bestudeerde de poten van 97 polydactyle katten en ontdekte 25 verschillende vormen van polydactylie. 
De vorm varieerde van slechts één extra teen aan een voorpoot (5, 6, 4, 4) tot twee aan de voorpoten, en twee aan de rechterachterkant tot één aan de linkerkant (7, 7, 6, 5). Jammer genoeg legt hij geen verband tussen het aantal tenen en polydactylisme bij de ouders, daarom kunnen we uit dit onderzoek niet opmaken of het aantal tenen van beide ouders van invloed is op het aantal tenen van het nageslacht. Hij verklaart echter wel dat er “weinig verband is tussen de mate van de vorm en nageslacht“.

Danforth sluit af met: “Het bewijs dat tot nu toe is vergaard, geeft aan dat bij de kat polydactylie wordt bepaald door een enkelvoudig dominant gen wiens mogelijk grootste doel het veroorzaken van enige veranderingen in het pre-axiale deel van de “limb bud” is (een zwelling op de romp van het embryo, die uiteindelijk de ledematen zullen worden, aanzet van de ledematen.) waardoor een buitensporige groei in dat gebied plaats vindt. Door deze overdaad aan weefsel worden de vergrote supernumeraire tenen of vingers ontwikkeld, waarvan er geen enkele genetisch individuele kenmerken heeft. De eigenschap heeft geen betrekking op geslacht, en er is geen bewijs aangetroffen dat diens gen dodelijk is als het homozygoot is.

Het lijkt erop dat polydactylie een enkelvoudige autosomaal dominante eigenschap is die zich wisselend openbaart, waarbij een kat slechts één kopie van het gen nodig heeft om het tot uiting te laten komen. Danforth kwam er echter achter dat zelfs als twee poly’s met elkaar gepaard worden slechts 76,23% van het nageslacht de eigenschap tot een bepaald niveau vertoonde. Als een poly met een niet-poly werd gepaard was bijna éénderde (32,5%) van het nageslacht polydactyl. Danforth veronderstelde aan de hand van zijn resultaten dat slechts drie van de katten die hij had gebruikt homozygoot voor het gen waren en daarom, zelfs als zij met een niet-poly werden gepaard 100% van het nageslacht polydactyl was. De enige manier om erachter te komen of een kat hetero- of homozygoot voor het gen is, zou door een testkruising zijn, hoewel de kans op homozygoot aanmerkelijk groter zou zijn als het nageslacht het gevolg was van twee polydactyle ouders. De heterozygote kat zou het Pd en pd gen dragen, daarom kan in deze kat de eigenschap niet worden vastgesteld en is dit zelfs zo wanneer twee polydactyle katten met elkaar worden verpaard, als men aanneemt dat zij beiden heterozygoot zijn.